Archive for the 'Reisverslag' Category

Thuis…

Eerst eventjes afmaken van waar we waren gebleven, juist ja, bij de geit die we een kopje kleiner maakten…

Het vlees was weer redelijk taai, maar erg lekker. Terug met hun typische saus: olie opwarmen, er ui en tomaat aan toevoegen en laten doorkoken.

De volgende dag was het vroeg dag, om 5 uur stonden we op, we moesten namelijk om 9u30 ons busje hebben aan de grens. Om 7u20 zaten we gepakt en gezakt in het busje op weg naar de grens. Eerst nog eventjes de majoor gaan uitzwaaien, dan aan het verbondscentrum Jean-Jaques opgepikt (busje aan de grens is maar om 11uur…). Onderweg ook nog eventjes halt gehouden om snelsnel een laatste souvenirke te kopen en ons van eten te voorzien. Ons laatste 50 congolese frank spendeerden we aan zoutnootjes. Ze verpakken die in A5 blaadjes huis- of strafwerk, we kochten het eigenlijk meer voor dat blaadje dan voor die nooitjes, helaas zijn we het verloren 🙂

Dan de grens in Rwanda, ons terug inschrijven, weer die blaadjes invullen, maar het verliep precies nog allemaal redelijk vlot. Tot er daar plots ene douanebeambte vond dat ze eens haar macht moest tonen, we mochten allemaal Ă©Ă©n voor Ă©Ă©n onze zak een openen en de inhoud er van tonen.
We namen afscheid van Rudy, die nog naar de Jamboree gaat, het waren 2 fijne weken met hem, merci Rudy! Net op dat moment kwam het busje aan dat ons naar het centrum van Cyangugu zou brengen, waar de grote bus naar Kigali zou vertrekken. We konden er bij wonder weer al ons bagage insteken, maar praktisch was anders, och ja, een mens zou er aan beginnen wennen.

Eenmaal in het centrum zagen we onze bus staan, jawadde, een grote chieke nieuwe bus, dat zou chill worden!
Maar het zou Afrika niet zijn mocht dit verlopen zijn zoals gepland. Ipv 10 plaatsen (8 + 2 bagage) waren er maar 8 plaatsen voor ons vrijgehouden. Dit zou deze keer echt niet lukken met al die bagage mee. Ze stelden voor om in 2 keer te gaan of om de bagage later te vervoeren. Héhé, mooi niet, we wilden en zouden in één keer mét bagage reizen, aan de busfirma om een oplossing te zoeken.

Die kwam er onder de vorm van een vertrouwd, kleiner busje. We maakten de deal dat ze ons zouden voeren tot aan de deur van het Centre Christus in Kigali, met om de 2 uur een rustpauze, boetes van politie inbegrepen, alles er op en der aan, voor alles samen 100 dollar. Dit was misschien wat veel, maar we wilden gewoon weg, en het leek ons een goeie deel, alles wat we wilden.

Het duurde een tijdje vooraleer we dan definitief vertrokken, er moest nog eerst wat olie en zo bij. Dit was volgens mij pure plantenolie wat ze er bij deden, ik zag de zaadjes nog zitten… Maar er scheelde waarschijnlijk nog wat aan de motor, want het was weer heel de reis uitlaatgassen inademen achteraan de bus, met koppijn en van die toestanden tot gevolg. We stopten zoals afgesproken enkele keren om te pauzeren, dat was ideaal. Plots stopte het busje ergens in een dorpje, ze hadden nieuwe olie nodig. Aan de overkant van de straat zagen we een winkeltje, ons maagje knorde, dus shoppen maar. We kochten 20 driehoeken (sambusas) 10 pannenkoeken (vettig!) en 8 brochetten. Het was wel weer ambetant om die brochetten in het busje voor de ogen van een hele hoop starende Afrikaantjes op te eten, maar koud zouden ze ook niet veel meer waard zijn…

Toen we eindelijk in Kigali aankwamen (het was inmiddels al pikdonker) stopte het busje plots aan een benzinepomp. Ze wilden niet verder rijden tenzij we bijbetaalden. Dat dat niet de afspraak en zo was wilden ze niet weten, ze wilden niet verder rijden tenzij we bij betaalden. Na enige discussie zeiden dat we gingen verhogen met 10 dollar eenmaal ze ons aan het afgesproken adres zouden afzetten. Op slag waren we weer vertrokken. We hadden helemaal geen zin om snachts nog eens in een grote chaos om een busje te zoeken. Toen ze ons hadden afgezet in het centrum gingen we weer in discussie, het ging ons niet om die 10 dollar, maar om ons akkoord dat ze niet respecteerden. Het ging nog redelijk heftig, en zelfs de zuster die ons verwelkomde werd er bij betrokken, dat arm schaap… Uiteindelijk is ie dan vertrokken met 105 dollar, wij niet content, dat was niet den deal…

Enfin, dan ons maar gaan installeren, dit was luxe in vergelijking van waar we kwamen: bedden, lavabo op de kamer, douches en wc’s…

De volgende dag gingen we eens goed uitslapen ze, we hadden het eens echt nodig. Om 8u30 zat iedereen al weer aan het ontbijt… Het was hier echt van voetjes onder tafel steken en eten maar!

De ochtend en middag werd er ferm gespeeld met de bollekes: Igisoro. Iedereen is weg van, we worden er beter en beter in.

Tegen 3 uur was er een busje geregeld die ons Kigali ging tonen. Samen met Olivier, nen Jesuit die onze gids was, reden we door de straten van Kigali. Dit was raar voor ons, dit was niet echt Afrika voor ons, zo westers! We reden door een chieke wijk met golfpistes en de ene kast van een huis naast het andere. Het was wel maar Ă©Ă©n wijk van van de vele van Kigali, maar toch, veruit de meest moderne stad die we gezien hebben. Na door de wijk te rijden waar alle ministeries gevestigd waren, kwamen we uit bij een herdenkingscentrum van de genocide. We waren aanvankelijk eerst wat terughoudend, wilden we dit wel zien? We wilden Kigali zien, niet een of ander gedenkteken… Maar het bleek een heus museum te zijn, alles van de genocide werd uit de doeken gedaan: ontstaan, verloop, gevolgen enz. Al onze vragen werden beantwoord, en alhoewel het redelijk heavy stuff is, was iedereen achteraf blij dat we het gedaan hadden. Het helpt ons om deze landen en mensen beter te begrijpen.

Op de terugweg deden we nog een winkelcentrum. Hier wilden we snel weer weg, we waren precies in tsjopping! We waren niet op zoek naar pizza’s, ijsjes of merkkledij maar gewoon een simpel traditioneel marktje. Toen zetten ze ons af bij traditionele souvenir kraampjes, hier konden deze die nog wilden hun Igisoro bord aanschaffen.

Oh ja, toen we nog wat flessen water wilden inkopen zagen Simon en Yann in de winkel een reep CĂ´te d’or chocolade liggen. Waarschijnlijk de duurste reep die we ooit zullen gekocht hebben, maar bij iedereen smaakte die reep overheerlijk, we mochten toch ne keer zot doen.

Dan nog eens stoppen bij nen cd-winkel. Nuja, een kraampke met nen computer waar je cd’s kan laten branden. Nen mix van die of die nummerkes, of dingen die je zelf wil? Noprob. Maar ze moeten het wel staan hebben natuurlijk. Zo hadden ze onze kamphit: “Mapepe” -die we hoorden Congo- niet…

Na het avondeten met Olivier kwam Jacques opdagen, de Commissair Nationale au Programme van Rwanda. Hij had vaag al iets gehoord van Rafiki, en wist dat er een groep van plan was om aanvankelijk aan die vredestochten deel te nemen. We besloten om met z’n allen om ergens op cafĂ© te gaan, het was immers onze laatste avond. We hadden een goeie babbel met Jacques over scouts en internationale toestanden, we hebben er weer een goed contact bij.

Nadat Jacques door moest, werd het van langst om gezelliger met Olivier de Jesuit. Het beeld van stijve, saaie pee bleek helemaal geen waar te zijn, integendeel 🙂

Toen we terug aankwamen op het Centre Christus, kwamen we de 3de delegatie tegen, damm die moesten er nog allemaal aan beginnen! Voor ons liep het op zijn einde. Maar er wilde niemand wisselen, jammer…

De volgende ochtend was het buzzen pakken. Als bij wonder kregen we alles nog gepakt, we konden naar huis.

We waren ruimschoots op tijd op de luchthaven, meer dan 3 uur. Maar toen bleek dat onze vlucht 2 uur later dan gepland ging aanzetten, was 5 uur wachten toch wel hĂ©Ă©l lang. Nou ja, er was niet veel aan te doen. Dan maar eerst wat rondhangen op den Tax-Free (Zeg nooit “shop like you never did before” aan een loods wanneer hij de takkas in handen heeft…), in de cafĂ© den tour checken, in de transit de victoriabaars-documentaire checken, nog nen groepsfoto op den tarmac pakken, en dan de vlieger op!

De vluchten verliepen zonder veel problemen, op de vlucht Parijs-Bxl zaten we zelf praktisch alleen op het vliegtuig.

En dan de aankomst, de pappies, mammies en geliefden die stonden de te wachten. Hehe: we zijn thuis, damm: het is gedaan…

Het moet nog allemaal een beetje bezinken denk ik, het moet ons nog doordringen. Maar we hebben fantastische dingen meegemaakt, een ongelofelijke reis die ons nog zeker lang zal bijblijven.
Merci aan iedereen die hier aan meegeholpen heeft, Rafiki- en verbondsmensen, ouders, mensen die ons werk gaven, alle Afrikaanse collega’s en natuurlijk de Loodsen zelf: jullie waren fantastisch, merci.

Maar het stopt niet: verwacht je nog maar aan een heuse Afrika-avond, plannen voor nieuwe projectjes werden gemaakt met lokale scouts, contactgegevens werden doorgespeeld en er zit nog een zeescoutsgroep aan het Tanganika meer op ons te wachten… We zullen zien 🙂

En dan nog dit:

Je kan de avonturen van de andere 2 delegaties hier vinden:

http://bloggen.be/rafiki/

http://www.bloggen.be/rafikizingem/

Mapepe is op youtube te vinden

Bijna ten einde

De volgende dag hadden was het terug een drukke dag. We hadden een lijstje opgemaakt met alles wat we nog wilden en moesten doen. lamgs de ene kant om het voor ons op te sommen, langs de andere kant om de Afrikanen een beetje onder druk te zetten… Wonderwel lukte alles die dag: souvenirs kopen, stoffen zoeken, babouchen aanschaffen, ons eten voor de avond regelen, het kraantje vermaken, de bus voor de volgende dag regelen enz… We hadden zelf nog tijd over om een cafeetje te doen! Daana volgde terug de klim op de berg, in een dikke 20 minuten beklommen we hem deze keer.

Die avond stond er vis met foefoe op de menu. Foefoe is mais- of manjokmeel wat ze met water koken. Het is redelijk droog en komt neer als een baksteen op de maag, gelukkig was er terug een lekker sauske bij.

savonds hielden we een kampvuur. Ze doen dat hier met een hele openingsceremonie, mannekes, wat was dat prachtig! Het is eigenlijk onbeschrijfelijk: zang en dans, alles wondermooi gebracht, kippenvel!

De volgende dag was het zondag, en zoals de Heer het wil: rustdag. Enfin, enkelen stonden al om 7 uur op om een misviering bij te wonen. Tegen 11 uur hadden we een activiteit met de welpen, we gaven ze de schilderwerkjes van onze welpen, en lieten ze nieuwe maken die wij dan weer meenemen.

De rest van de dag waren we bezig met tukken, ons buzze maken en het avondeten voor te bereiden. Rudy kwam met ons vlees voor de avond aanwandelen: de geit. Ze heeft niet lang meer mogen genieten van de bananenschillen die we ze voerden, want enige ogenblikken later sneed Yann ze (met een veel te bot mes…) de keel over.

Ola tijd is op, ik moet stoppen, ze sluiten hier de boel…

We zitten veilig en wel in Kigali (Rwanda) ondertussen, alles gaat goed. Morgen de vlieger naar huis.

Congo

De volgende dag ging de reis naar Congo, de bus was voor een keertje mooi op tijd, maar er zat weer volk in. Enfin, we propten al onze bazatse er in en we vertrokken.

Het was terug dezelfde weg als gisteren, en deze keer hebben we een hele hoop bavianen langs de kant van de weg zien zitten in het park.

Na de lange reis kwamen we aan in Cyangugu, de grens van Rwanda met Congo. Daar bleek Rudy een probleem te hebben met zijn visa wegens een schrijffoutje, hij zou Rwanda niet meer inmogen, maar in principe komt alles goed.

Plots kwam Fidèle ons halen om mee de brug oer te steken. Na nog wat controletoestanden aan de grenspost van Congo reden we samen met Jean-Jaques en nog enkele andere naar het klooster waar hun lokalen gevestigd zijn. Fidèle woont in het loodsenlokaal, een keukentje, slaapkamer en living. We hebben er zo al samen enkele maaltijden klaargemaakt.

De volgende dag hebben we stad bezocht, hun soutscentrum, de baseliek, 3amis (tv-toestanden) en een ontvangst bij de minister van jeugd. Jawel, we hebben met hem een dik uur zitten praten over jeugd, veiligheid en toekomstplannen. Eigenlijk wel zot, precies alsof we bij Anciau zouden langsgaan.

In de middag zijn we de majoor van de marine gaan opzoeken. We wilden immers zeer graag eens het kivu meer opgaan en volgens Fidèle was dit een goeie piste.
Eenmaal we die hadden gevonden werden we zeer hartelijk ontvangen, we kregen iets te drinken, en hij beloofde om voor een boot te kijken en ons te beschermen. Toen we terug wilden keren kregen we 2 van zijn soldaten mee die ons beschermden op de terugweg.

Savonds hebben we nog vis (Tilapia) met pattatjes, kool en tomaatjes klaargemaakt en naar binnen gewerkt.

De volgende dag moesten we om 10 uur aan het water klaar staan. Het was uiteindelijk tegen 12 uur tegen dat het bootje daar was, moar enfin, we konden het water op.

Je kent wel die bootjes waarmee ze de deelnemers van Expeditie Robinson vervoeren van het ene eiland naar het andere, wel: het was zo een bootje.
Samen met 2 militairen (wat eigenlijk een hele eer was) en 3 mensen van de boot zelf voerden we naar een fantastische plek aan de rand van het meer. Een oud vervallen huis, maar met nog en mooi gazon voor en palmbomen. We waren net klaar met eten daar toen ons bodygards het plots niet meer veilig vonden en we moesten vertrekken.
We voerden naar een gemeenschap van vissers. Er lagen van die prauwen en visnetten. Ze nodigden ons uit om eens mee een kijkje te nemen in hun “dorpje”. Ze waren immens vriendelijk, velen onder hen hadden nog nooit blanken gezien. Na het proeven van een of ander sopje (wat achteraf banenbier bleek te zijn) moesten we al weer vertrekken, jammer.

Dan koers terug gezet, deze keer was het tegen wind, en hadden we dus ferme golven op kop. Alles was rustig toen er plots een dikke straal water door de boeg heen spoot. Maar dat bleek normaal te zijn, ze vermaakten de boel door het gat op te vullen met wat stof. Maar de golven bleven komen, en we zagen de bodem van de boot telkens omhoog komen toen we op een golf inbeukten.
Wat wij dan in zo een geval waarschijnlijk zouden doen is naar de kant gaan en rustiger water opzoeken. De Afrikanen niet, die beginnen gewoon luid te lachen en te zingen, problem solved. Enfin, we zijn uiteindelijk nog met droge voeten aangekomen.

Vooraleer we naar ons tenten konden gaan, moesten we nog eerst eten kopen. Er stond kip met rijst en ananas op de menu. Nooit gedacht dat ik ooit nog eens een berg ging beklimmen met 3 levende kippen ondersteboven in mijn hand… Ik zeg beklimmen, want dat was het echt, het klooster ligt bovenaan op een berg. We namen steile weggetjes naar boven, sommige met 6 flessen water op hun hoofd, sommigen geladen met rijst. Fidèl zei achteraf dat we zo een goeie indruk hadden achtergelaten op de mensen die langs de flanken woonden. Normaal nemen de blanken hier altijd de auto om naar boven te gaan. Ze zijn niet gewoon dat er een blanke met flessen water op zijn hoofd te voet berg op gaat.

Om af te sluiten: het eten was lekker, we hebben goed geslapen, tot over een paar dagen!

De volgende dag

Na de middag hebben we een deel van de uniformen en kleurgerief gegeven aan de scouts. Ook de piraten werden hartelijk ontvangen. Daarna moesten we elk een stuk hout meenemen en naar een nabijgelegen veldje gaan. Daar stookten ze een vuurtje waar ze zo een typische pot opzetten om de bonen en zoete patatten te koken. Met de rest van de peulen en wat ander droog gras maakten ze een vuurtje waaronder ze maĂŻskolven stopten. Een hele boel rook en zo, maar wel heel leuk allemaal om eens te zien.

De pot moest eventjes opstaan, dus besloten we om eerst de slotformatie te houden. Het was op dat moment nog helemaal niet duidelijk of we de volgende dag voorgoed zouden vertrekken of niet. Dus namen we het zekere voor het onzekere. Onze vlag werd voor de laatste keer neergehaald, liedjes werden gezongen en dansjes ingezet. Op zulke momenten is het vaak improviseren. Het leek alsof ze de polonaise gingen inzetten, ze vroegen of we het kenden, en het duurde niet lang of we waren weg op z’n “you don’t win friends with salad” (voor de simpsons kenners…)

Daarna was het onderhandelen geblazen. We hadden een afspraak met de buschauffeur voor de volgende dag. We wilden naar het nationaal park gaan en de volgende dag doorreizen naar de grens met Congo, het ligt immers toch op de baan.
Helaas dat wilden ze niet doen, maar na meer dan anderhalfuur onderhandelen hadden we een deal: de ene dag naar het park weg en weer, en de volgende dag terug vanuit vanuit Butare naar Congo… Het was het beste wat we konden doen.

En wees maar zeker dat het een goeie keus was, de ingang voor het park was wel weer een beetje duurder dan aanvankelijk gedacht, maar we hebben een onvergetelijke dag achter de rug. We vertrokken met een gids voor een wandeling langs de “gele” route. Op een bepaald moment sloegen we van het padje af, recht de jungle in. En dan plots van “kijk eens daar” en dan zitten daar op een goeie 10 meter van ons vandaan een groep wilde berg-apen. Het was echt super. Nog nooit zo iets meegemaakt. Eenmaal de apen versprongen naar een andere boom, slopen we mee in hun richting, zo hebben we 2 kleine aapjes zien eten op ongeveer 5 meter van ons. Het was zeker zijn geld waard, jandadde!

Bon, morgen dus naar Congo, de bus is in orde, terug met radio en zo 🙂

En dan nog dit:
We zijn te bereiken op een Rwandees nummer, Simon heeft een kaartje van hier:
00250 03037892
Dit is een heel stuk goedkoper voor ons, en het mooie is dat die kaart ook werkt in Congo.

En Tijs of Dimi of Renny: kan je nog eens op de “oude” rafiki blog zetten dat het momenteel hier te doen is? Er is blijkbaar verwarring.

En aan de Jins van Zingem: tis bijna zover hé, fris maar jullie Frans op 🙂
Maar vrees niks, het is hier gewoon de max. Leve Afrika!

Van Burundi naar Rwanda

Na het versturen van onze mails en dergelijke, hebben we koers gezet richting strand. Toen we daar aankwamen viel ons mond open: een prachtig strand met palmbomen, strandcafees en al wat je wil. Het was fantastisch om te zwemmen: zoet water met een lekker temperatuurke en goeie golven. We hebben nog staan roepen om gustaaf de krokodil, maar hij kwam niet opdagen…

Omdat ons maagje begon te knorren besloten we ons richting strandclub te begeven. We bestelden van hĂ©Ă©l de kaart iets en lieten dit in de midden van de tafelzetten. Zo kon iedereen eens vanalles proeven. Over het eten hebben we trouwens echt niet te klagen, integendeel. Soms moet je het stellen met enkel een brochette en een banaan, de andere keer krijg je een gigantisch bord voorgeschoteld, maar het is altijd erg lekker. Enfin, na het eten hebben er zich enkele op de dansvloer van de strandclub gewaagd. De meligsten r&b en hiphop is in Burundi dĂ© muziek bij uitstek…

’s avonds namen we terug een busje om ons naar het restaurant te brengen waar we hadden afgesproken met de gidsen voor een brochette. Deze keer had ons busje een overdreven muziekinstallatie. Met 4 enorme luidsprekers in de koffer cruisden we door de straten van Buja. Weer van die zoetzemerige r&b, maar het was wel pompen! We werden hartelijk ontvangen door de gidsen, in terug een gezellig etablissement genoten we van onze vis/vlees/worst brochette. Ondertussen speelden we enkele spellekes, babbelden en lachten we en leerden elkaar zinnekes in het Kirundi of West-Vlaams. Er werden ook nieuwe projecten aangehaald, enfin: een mooie avond

De volgende dag zou er om 10 uur voor ons een busje komen om ons naar Rwanda te brengen. Maar het zou Afrika niet zijn wanneer die bus daar niet om 11u30 was en er al 4 mensen in de -door ons gereserveerde- bus zaten. Gelukkig hadden we al wat uniformstukken en dergelijke gegeven aan de scouts van Buja want ons busje zat nu echt wel propvol. Omdat we nog altijd niks hadden gegeten lieten we de chaffeur stoppen bij een winkeltje langs de weg om wat eten te kopen. We aten bollen als ontbijt, dit kan je vergelijken met koude oliebollen maar dan een beetje meer brood achtig. Dan de lange kronkelige weg door de bergen in en overvol busje gedaan. Eenmaal aan de grens met Rwanda heeft Simon zijn bollen samen met wat gal daar achtergelaten, hij zag er op slag weer beter uit.

De trip van de grens naar Butare zelf duurde niet zo lang meer maar in totaal hebben we wel een uurtje of 4 op elkaar gepakt gezeten. ghoh ja, dat nemen we er bij.

Toen de akabe-scouts van Butare ons kwam begroeten bij de broeders was het eventjes slikken. Slachtoffers van de genocide, polio, brandwonden… Maar bij hun opening/verwelkoming zagen we hun vreugde en levenslust in hun ogen en in hun manier van doen. Het was hartverwarmend, pakkend. Afrika raakt ons meer en meer. De vlag van de zeescouts werd meteen opgenomen in hun openingsceremonie, het waren mooie momenten.

Na het avondeten ’s avonds hoorden we ergens muziek spelen, het bleek een trouwfeest te zijn. Het duurde niet lang of we stonden daar met ons kont mee te schudden. Het zottere voetenwerk probeerden we na te doen, maar dat was andere koek…

Vooraleer we in ons bedje kropen hadden we nog een goeie babbel over wat we tot hier toe zo allemaal hadden meegemaakt. Het is soms zeer zwaar en hard (bedelende kinderen, in Buja overal politie met machinegeweren) maar vaak ook zeer mooi en leuk (spelen met afrikaanse Welpen, ervaringen uitwisselen met afrikaanse loodsen; routiers)

De volgende ochtend wilden we graag een echte traditionele mis meemaken, het was immers zondag 🙂 Fabien, onze ‘gids’ hier wist ergens een mis zijn een beetje verderop. wij allemaal weer een busje in, op weg naar een dorpje ergens naast Butare. Eenmaal daar aangekomen bleek er uitzonderlijk geen mis te zijn om 10 uur… Lap, maar dan gingen we maar de markt doen.

De markt was weer eventjes chaos, er komen constant mensen rond ons samentroepen, het is meteen druk. Fabien had ondertussen ‘les patates douce’ gekocht. We besloten om terug te wandelen ipv het busje terug te nemen. Een goed idee bleek achteraf, want zo konden we nog een andere mis meepikken. Het is raar hoor, je loopt in een straat die je eigenlijk nauwelijks een straat kan noemen, de mensen die je ziet hebben niks, maar wanneer je dan een kerkje binnengaat hebben ze daar een immens geluidsinstallatie staan, en zingen ze hun liederen onder begeleiding van beats uit een mega synthesizer. Mochten de vieringen in BelgiĂ« zijn zoals hier, de kerken zouden meteen weer vollopen. wat een sfeer!

Fabien nam ons mee naar een pad weg van de hoofdweg, en mooi dat het stukje wandeling was, we genoten er echt van Voor het middageten hebben we een plaatselijk winkeltje zijn voorraad pilsjaars (jawel!) en sardines opgekocht. Op een ander marktje kochten we tomaten fruit. Het was een heerlijk middagmaal.

Na de siësta hadden we een activiteit met de scouts. Eerst bonen uit hun peulen meppen. Alle planten lagen op een grote hoop, en dan meppen maar met een dikke stok! Daarna moesten de bonen natuurlijk nog worden gefilterd, en dat doen ze met zo een platte mand en te schudden en op te gooien. Een heuse techniek, maar het zou ons op den duur wel gelukt zijn, het was allesinds heel leuk.

Dan werden de loodsen in 3 groepjes verdeeld, en de chefs vormden een ander groepje. We ovehandigden de opbrengst van de dasringen aan Fabien, en die heeft het meteen voor onze ogen eventjes nageteld. Het klopte 🙂 Blijkbaar waren deze sessies ideaal, alleen maar lachende gezichten. Na de slotformatie, waarbij onze zeescoutsvlag netjes weer werd neergelaten, bleef iedereen nog een beetje hangen voor een klapke om of samen op de foto te staan.

Deze ochtend gingen we om 8 uur opstaan om aan onze dag te beginnen. Maar dat was zonder ene ekster gerekend. Die kwam namelijk om kwart voor zeven luidkeels zijn bek opentrekken, iedereen was wakker…

We hebben net het Afrikaans museum bezocht (nog door Boudewijn geschonken) en wat van ons zakgeld verdaan aan souvenirs. Straks gaan we samen met de scouts een maltijd bereiden gelijk ze dat hier doen, een idee van Olivier dat we helemaal zien zitten.

Morgen zouden we een nationaal park willen doen, en dan de dag er na gaan we richting Congo.

Voila, dan hebben we het weer gehad voor deze keer. InternetcafĂ©s hier zijn niet echt al dat: snelheden van 1 pagina per minuut op aftandse computers. Waarschijnlijk staat de boel hier vol met typ en stijlfouten, maar de seconden en dollars tikken hier weg, dus tijd voor veel verbeterwerk is niet…

Moar enfin, dit alles wat we meemaken is Afrika, dat is wat we willen. we hebben onze ups en downs, maar in het algemeen is het een prachtige ervaring

De eerste keer

Hupsakee, en dan zaten we met z’n allen in Afrika

Dag 1: vertrek
Het beloofde leuk te worden, op de vlieger naar Afrika met een nest Hollanders. Maar buiten
enkele verjaardagsliedjes om middernacht zijn ze nog relatief braaf gebleven.

In Addis Ababba (enfin, de luchthaven in Ethiopië) ging het bijna mis:
De vlucht bleek overboekt te zijn waardoor Rudy, Lisse en haar moeder (2 mensen die we ondertussen leerden kennen)
plots geen plaats bleken te hebben. Maar uitzeindelijk liep alles op het nippertje toch nog goed af.

We waren inmiddels al dag 2 wanneer we werden ontvangen in Buja. Teddy vloog ons in de armen, de ontvangst was fantastisch.
Meteen kennis gemaakt met de Afrikaanse manier van doen ook: al onze visa aanvragen moesten nog eens manueel werden overgeschreven.
Een dik uur wachten en we konden aanzetten…

Buiten de luchthaven werden we opgewacht door les routies (loodsen) van Saint-Francois, terug een hartelijk welkom.
Dan werden we in een auto of 2 gepropt op weg naar het verbondscentrum.
Onderweg kregen we steeds vragen van wat we vonden over Burundi… Wel ja, we waren er net, maar het eerste wat ons opviel waren de vele mensen op straat met hun overladen fietsen.

Eenmaal in het scoutscentrum hebben we onze tentjes opgezet en daarna een kringgesprek met Teddy, enkele andere chefs en les routiers. Eventjes kennismaken, het programma voorstellen enz…..

Dan het stad in om te gaan eten. Fantastisch: Afrikaanse Pinten (72cl) en colas (30cl), lekker eten (vis/vlees brochette, worst of bouletten) met frietjes!
Ondertussen veel gepraat met onze afrikaanse vrienden. Over gelijkenissen en verschillen in de manier van leven en scouts. Zeer leuk en intressant, en zeer goed voor ons Frans…

Dan terug naar het verbondscentrum, onze eerste Afrikaanse nacht in.
Warm!
Slaapzak was niet echt nodig, hoewel het midden in de nacht toch wel wat frisser werd. Maar met het krieken van de ochtendzon warmde de boel al snel weer op.

Na een ontbijt in tstad (als je nen sandwich vraagt, dan krijg je ook echt nen sandwich, niks meer…) zijn we naar de welpen van Saint-Francois geweest. We werden onthaald met liedjes en handengeklap. Allemaal heel leuk tot het aan onzen toer was…
Enfin, diene kikker die bij zijn moeder op de schoot zat, die heeft het toch gedaan.
Dan wat spellekes gaan spelen: Bertha la grosse, napoleon arret, en wat spellekes van hun. Allemaal zeer leuk en leerrijk!

Smiddags hebben we ons buikje helemaal rond gegeten, rijst met een lekker sauske, manjokbladeren (leek wat op spinazie) en bananen (niet van die zoete, zijn precies aardappelen)

Daarna naar de zoo geweest: “le musee vivant”, alhoewel “vivant” was ie niet echt… 4 krokodillen, 3 slangen and thats it! Ok, ook nog 1000 grote vleermuizen aan de inkom maar we vonden het toch gene vetten.
Blijkbaar hadden ze in de tijd van de oorlog en crisis alle dieren opgegeten of zo.

Dan hebben we naar het strand geweest, het Tanganica meer. Beetje vuil water en zo, maar voor de rest wel mooi.

Dan terug den bus op naar het verbondcentrum. Valt die daar tenmidden onze rit toch wel niet zonder nafte zeker! Er springt dan iemand uit met een klein jerrykanneke mee, en na een uur wachten in een overvol buske, konden we eindelijk weer verder hobbelen over de wegen in Buja.

Eenmaal op het verbondscentrum aangekomen was het weer tijd voor een evaluatie en een bespreking van het programma van de volgende dag.
We besloten om terug op restaurant te gaan, maar dan wat dichterbij.
Lekkere worst op een spies of een vleesbrochtte deze keer.
We gingen het niet te laat maken en onderweg wat drinken kopen om dan op het gemak aan onze tentjes te nuttigen.
Nja, als we een tip mogen geven: laat nooit een bak bier achter bij enkele Afrikanen, ze maken lawaai tot een gat in de nacht. miljaar!

Dan deze ochtend opgestaan met kleine oogjes, wat deed die douche deugd.
We hebben net de Markt en l’exposition (wat een andere markt leek) bezocht, een hele ervaring.
Ondertussen zijn we ook eens bij de consul binnen gesprongen, alles ziet er goed uit voor Congo, jochei!

Nu zitten we hier in een café cyber, vanmiddag een zwemke slaan

tot laterrrrr